En attendant Abalo

Coup de foudre.
Rien de tendre
Des années a durée
cette grande histoire d’amour
qui ne finisse jamais
au retour.

Au début
chair de chien et poule,
soleil et lune
et un morceau du grand bleu
– Neptune
qui dit à Dieu.

Le vent du Nord a soufflé
cascade, terres vertes
J’ai senti, un coeur qui bat,
seul. Et depuis,
tout ce temps – attends
me dira que c’est fini.

1999-2017

© Muriel Van Peteghem, après Paris, le 14 juillet 2017

Morgenster

Morgenster gedicht Muriel Van PeteghemLaat me sterven op dit strand. Laat.
Met mijn eerste schoenen in de hand,
loop ik mijn huid op, het zeewater schuurt.
Ik snak naar adem bij zoveel
welwillende
elementen. De optrekkende mist
tussen de helblauwe hemel, zingen zeemeeuwen

symfonisch met schelpenresten in de branding
aangespoelde kwallen weerspiegelen
wolkjes met breuken, diepe kuilen voelen veilig
als de vervulling van horen zeggen
en zie het smelten van harten, geglazuurde zielen
ja, kersen op een taart. Langzaam verglijdt de lente in

Ik schreeuw stoppels in mijn keel, maar geen hond
op 100 meter hoort een ruw moment
om door te tranen door zo veel glans
zakt een koe verder door haar poten,
met die lieve lange wimpers puilen haar –
duisternis waar geen stof meer ademt

Laat me sterven. Laat omdat ik het leven niet meer huiver
Keer ik terug naar … middelmatigheid
Ik wilde wel Venus zien, maar de morgenster ging snel
onder in de nacht van de man. Laat maar.

© Muriel Van Peteghem, 3 april 2014, gerijpt tot 6 juli 2017

Op reis naar binnen – 2017

Zij is alle wegen. Onder al onze voeten draagt zij. Altijd. Ik verlies mijn gedachten in de stroom van vele. De laatste dag voor de reis start.

Alcohol op de ladder. Het gaat me allemaal mijn hoofd te boven: geweien, kronen, mijters en toppen van kerken, die reiken tot in de hemel. Soms met draak. Soms tanden van wolven.

Tegen mijn zin beland ik in een bordeel. De raamopeningen en nissen van kathedralen veranderen voor mijn neus in vagina’s. Handen en monden en demonische gargoyles proberen mij naar binnen te zuigen.

Alles is al gebeurd. Ik weet niet wat ik moet doen. ‘Dan ben je er bijna’, stelt de mannenstem mij gerust. Je bent op weg. Bijna een boom die zijn eigen zonlicht vangt. Toch zit ik nog gevangen in een kubistisch schilderij.

Alles doet pijn. Wel weet ik nu weet ik weer wat schietspoelen zijn. De achterkant van mijzelf schittert voor even het hardst.

© Muriel Van Peteghem ~ Gent, 25 februari 2017