Categorie archief: schrijfsel

Op reis naar binnen – 2017

Zij is alle wegen. Onder al onze voeten draagt zij. Altijd. Ik verlies mijn gedachten in de stroom van vele. De laatste dag voor de reis start.

Alcohol op de ladder. Het gaat me allemaal mijn hoofd te boven: geweien, kronen, mijters en toppen van kerken, die reiken tot in de hemel. Soms met draak. Soms tanden van wolven.

Tegen mijn zin beland ik in een bordeel. De raamopeningen en nissen van kathedralen veranderen voor mijn neus in vagina’s. Handen en monden en demonische gargoyles proberen mij naar binnen te zuigen.

Alles is al gebeurd. Ik weet niet wat ik moet doen. ‘Dan ben je er bijna’, stelt de mannenstem mij gerust. Je bent op weg. Bijna een boom die zijn eigen zonlicht vangt. Toch zit ik nog gevangen in een kubistisch schilderij.

Alles doet pijn. Wel weet ik nu weet ik weer wat schietspoelen zijn. De achterkant van mijzelf schittert voor even het hardst.

© Muriel Van Peteghem ~ Gent, 25 februari 2017

Neptune punching you in the face

Neptune punching you in the face

© Muriel Van Peteghem

Blue, blue and blue and everything in between. Longing for Neptune I entered a murmuration of starlings.

“We’ve expanded our potential, beyond our ability to deal with it”, the hazy astrologer said. “Luckily Neptune takes you places you have to go.”

Don’t think him. Never go looking for him, he won’t there. Besides, that which can be imagined need never be lost.

~*~*~*~*~*~*~*~

Blauw, blauw en blauw en alles er tussenin. Aangetrokken tot Neptunus werd ik gegrepen door een spreeuwenzwerm. Ze namen me mee en fluisterden zacht golvend.

“We hebben ons potentieel zodanig uitgebreid, dat we niet meer weten hoe ermee om te gaan,” zei de wazige astroloog.

Denk hem niet. Ga nooit naar hem op zoek, hij zal er niet zijn. Bovendien, dat wat je kunt fantaseren, zal nooit verloren gaan.

Mercurius

Een voor een komen ze terug, lussen in tijd en mannen in de ruimte. In de week dat Roger Hanin overleed, huilde ik weer een beetje. Om jou. Parijs zal nooit meer hetzelfde zijn. Niemand die meer weet ‘que tu étais mon Navarro’, gelinkt door het getal dat alles aan elkaar verbindt en dat jij je moeder verloor in hetzelfde gewricht als ik mijn vertrouwen.

Herinneringen zoemen als gonzende stemmen, een klok likt langzaam de tijd en de verwarming smelt. En terwijl Mitterand nog altijd herinnerd wordt met een bibliotheek en een dochter die niet in de boeken stond, is er voor mij verder niets meer. Dan de belofte dat Engelen luisteren. En dat grafrechten betaald worden door iemand. En er een god is die blij is dat zijn naam niet genoemd wordt.

Mercurius

© Muriel Van Peteghem

En ik erfde eindelijk van mijn vader de eigenschappen van Hermes. Veel te laat. Ook deze week. Ik heb er lang op gewacht, zonder te weten. Mijn vader had het gelijk over dieven, maar de vleugels op mijn hoofd klapperden. Voor mij gaat het om behendigheid. En natuurlijk begeleidde hij de tot dan nog dolende zielen. Wat heerlijk om de uitverkorene te zijn die mag reizen tussen 3 werelden. Al ben je nergens veilig als je het vuur steelt.

Is het een schrale troost dat ik met hem kon communiceren? Ja! De eerste in lange tijd die zei dat ik aan hem deed denken. En dat ik lief was, op dat moment nog niet bekend. Lange tijd keek ik in de ontspiegeling. Moeilijk om dan te weten wie je bent. Als de kaarten verkeerd geschud zijn en de nieuwe maan een jeugd op zich laat wachten. De elementaire deeltjes zijn er. Alleen is het nog niet zeker of ik wel genoeg ruimte inneem.

Over vogels en veldmuizen

Ik ken jouw naam. Ik zag wel dat jouw ogen blauw zijn. Met het grootste gemak keek ik recht in het licht. Je baard vertoont gaten, maar de 3 dagen stoppels staan je goed. Je kleding flateert je niet en je buikje hangt veilig in je heupen. Je hebt kippenborstjes en je rookt teveel. En ik ben verbaasd te zien dat een glimlach op mijn gezicht verschijnt als ik merk dat het me allemaal niet uitmaakt. Als de hemel naar beneden valt, heb jij je pet nog op en ik draag nog steeds mijn verlate hippiejurk. Je sprak bevlogen over bevlogenheid en ik voel meteen dat jij niet stil kan zitten en altijd maar je vleugels klappert. Niet als Icarus, maar hier op aarde, omdat beweging de hemel op aarde is. Ik weet niets, kan kennelijk ieder verlangen loslaten, maar jouw oogopslag is een avontuur op zich. Een avontuur dat de pagina’s van mijn dagboek snel vult en mij inspiratie geeft om mezelf aan te raken daar waar het lang geleden is.

© Muriel Van Peteghem

Speld in hooiberg

Onherroepelijk. Verlies van onschuld. Lang geleden slingerde een slang zich om een boom naar beneden en gaf Sneeuwwitje een glimmende appel. Een verbinding kwam nooit tot stand. Het enige dat waar is, is onbenoemelijk. En ieder ongesproken woord laat mij hier verloren achter. En wie wat zegt, huilt al lang niet meer. En gaat zijn mond niet spoelen. Met zeep. Nee, in deze wereld hieronder volgen snelle schreden, diepogende blikken en ik me herinner klapperende draken. Het verhaal is dat niemand schuld heeft en dat altijd iemand de schuld krijgt. En zo verliest iedereen. Het is een cyclische beweging tot iemand zijn schouders laat zakken. Tot je een naald kan horen vallen.

© Muriel Van Peteghem

Afschaduwing

Ik ben wars van onopgeloste raadsels, maar als ik er een heb kunnen oplossen, haat ik de oplossing.

Ik ben mijzelf kwijtgeraakt en je kunt je niet voorstellen, hoe erg het is te leven als een soort afschaduwing van jezelf. En het bewustzijn daarvan is misschien nog wel erger.

La douce France: het is fijn in een land te zijn waar niemand je moedertaal spreekt. Het dwingt je een ander mens te zijn dan je voorheen was.

Reims, France: fragment uit een oude agenda 1995/1996

© Muriel Van Peteghem

The dragon lord

Voel jij dat ik via jou in mijn ziel kijk? Zie jij het ook? Ik ken je niet goed, maar je bent een uitstekend geleider van elektronen. Ik wiebel in spiegeling, dat wel, maar ik zit op een troon. En groet prinsesjes.

Iedere ontmoeting met een ander lijkt  tijdsverspilling. Daar waar de wil weg wil. Opdat ik mij en jij jou kan ontdekken. De telefoon zegt: je hebt geen zicht op de toekomst. Jij weet alleen maar wat nu waar is.

En wat als dat zo is? Wat als niets iets kietelt? Ik doe zo mijn best, maar het lot laat zich aan mij over. Op afstand kijk je met z’n drieën.

Eén man. Drie blikken. Ik zou de draak in mij doden voor jou. Nu al.

~ voor de admiraal

Het beestje terug naar onze lieve heer

Lieveheersbeestje

Micro-organismen begrijpen dat het tijd is. Het beestje landt zacht op het stilstaande water, moe van het onderweg zijn. De groenige eencelligen wiebelen zachtjes mee. “We weten hoe je je voelt”, fluisteren ze. “Jij bent alleen. Samen worden wij één.” Ze zijn vastberaden te geven wat nodig is, op de valreep.”

Het lieveheersbeestje betaalt een muntje en peddelt mee de rivier over. Hij weet net op tijd wat het is om geliefd te zijn en zucht zijn zegeningen.