Categorie archief: schrijfsel

Het beestje terug naar onze lieve heer

Lieveheersbeestje

Micro-organismen begrijpen dat het tijd is. Het beestje landt zacht op het stilstaande water, moe van het onderweg zijn. De groenige eencelligen wiebelen zachtjes mee. “We weten hoe je je voelt”, fluisteren ze. “Jij bent alleen. Samen worden wij één.” Ze zijn vastberaden te geven wat nodig is, op de valreep.”

Het lieveheersbeestje betaalt een muntje en peddelt mee de rivier over. Hij weet net op tijd wat het is om geliefd te zijn en zucht zijn zegeningen.

Vis in vuur en vlam

Ziehier een tropische vis: een Ignis Tropicus Vulgaris. Een prachtig exemplaar. Familie van de Lepomis Gibbosus oftewel de gewone zonnebaars. Een echte alleseter en dol op Artemia-naupliën. Een vreedzame vis, behalve in broedtijd.

Als hij schrikt schiet hij in vuur en vlam. Dan duurt het even voordat hij afgekoeld is. Het lastige van deze vis is: hij is zijn geheugen kwijt. Hij weet zelfs niet meer hoe hij zichzelf kan blussen.

Noormannen

Op het strand. Je wil wel genieten van het uitzicht, van de geur, van de zon die zakt in de zee.

Dat lukt helaas niet goed, want daar zijn ze. De mannen uit het Noorden. Met hun stoere blik en hun vurige verlangens. Spieren van staal en gehard als steen. Horens als antennes van Mars.

Voor je het weet, loop je driftig voorover gebogen en kijken je ogen niet meer weg. Afgeleid. Daar zijn ze…

Spaghetti Bolognese

© Muriel Van Peteghem

Het vraagt een ‘open houding’ van de kijker om de complexiteit van de expressie in een kunstwerk te begrijpen. Gevoelens worden zichtbaar door kleurgebruik. De ervaring en herkenning van gevoelens in het werk maken het boeiend en belangrijk. De emotie die veroorzaakt wordt door het werk zorgt dat er verbinding ontstaat tussen het kunstwerk en de kijker.

Kill your darling

Ik: (met blakend enthousiasme) Als iemand me nu vraagt of ik gelukkig ben zal ik ‘ja’ antwoorden.
Hij: (gelaten) Er is niemand die dat vraagt.
Ik: Nou… (aarzeling)
Ik: (resoluut) Het maakt niet uit. Als iemand het zal vragen, weet ik wat ik zal antwoorden. Ik zal goed voorbereid zijn.
Hij: (stil)
Ik: (draai hoofd met een stevige draai) Wat ben jij eigenlijk een lul! (klem mijn vingers stevig om de ijspriem die ik achter mijn rug hield en been boos weg)