Lot

En wat als je begrepen hebt
hoe het ervoor staat met je
condition humaine. Mijn ziel
zit vast in dit sterf’lijk lichaam.

De accu van de laptop is bijna leeg
voor de laatste keer.
Ik ben nog niet klaar voor
de shutdown.

Dan zie je licht stralen uit
chakra’s en andere lichaamsholtes.
Ik vecht niet meer tegen lillende delen.
Ze zijn tijdelijk, net als al het andere, futiel.

Geen levenseindekliniek die je helpt als je
in het huwelijk getreden met Cheiron –
half man, half paard, de mond gesnoerd
pijlen giftig breekt.

Ik vertrouw soms op de essentie
en als ik daar ben,
achter de veelheid van feiten
weet ik weer waar verlangen toe dient.

© Muriel Van Peteghem, 19 januari, gerijpt tot 8 april 2015

Mercurius

Een voor een komen ze terug, lussen in tijd en mannen in de ruimte. In de week dat Roger Hanin overleed, huilde ik weer een beetje. Om jou. Parijs zal nooit meer hetzelfde zijn. Niemand die meer weet ‘que tu étais mon Navarro’, gelinkt door het getal dat alles aan elkaar verbindt en dat jij je moeder verloor in hetzelfde gewricht als ik mijn vertrouwen.

Herinneringen zoemen als gonzende stemmen, een klok likt langzaam de tijd en de verwarming smelt. En terwijl Mitterand nog altijd herinnerd wordt met een bibliotheek en een dochter die niet in de boeken stond, is er voor mij verder niets meer. Dan de belofte dat Engelen luisteren. En dat grafrechten betaald worden door iemand. En er een god is die blij is dat zijn naam niet genoemd wordt.

Mercurius

© Muriel Van Peteghem

En ik erfde eindelijk van mijn vader de eigenschappen van Hermes. Veel te laat. Ook deze week. Ik heb er lang op gewacht, zonder te weten. Mijn vader had het gelijk over dieven, maar de vleugels op mijn hoofd klapperden. Voor mij gaat het om behendigheid. En natuurlijk begeleidde hij de tot dan nog dolende zielen. Wat heerlijk om de uitverkorene te zijn die mag reizen tussen 3 werelden. Al ben je nergens veilig als je het vuur steelt.

Is het een schrale troost dat ik met hem kon communiceren? Ja! De eerste in lange tijd die zei dat ik aan hem deed denken. En dat ik lief was, op dat moment nog niet bekend. Lange tijd keek ik in de ontspiegeling. Moeilijk om dan te weten wie je bent. Als de kaarten verkeerd geschud zijn en de nieuwe maan een jeugd op zich laat wachten. De elementaire deeltjes zijn er. Alleen is het nog niet zeker of ik wel genoeg ruimte inneem.

Over een ont-moeting

Boom in Martin Luther King-park

© Muriel Van Peteghem

Vergeten wat de bekende weg was
Het heeft geen zin te vragen
naar de zon.

Misschien vroeger of later. In deze fase
vliegen sommige vogels natuurlijk
door de bebladerde gaten.

Jij bevecht dat ik mijzelf wil worden. Ik huiver
alleen maar, mijmer soms een beetje, ben van slag en raak
een touchscreen dat weerspiegelt, met één vinger.

Ook ik verlang naar de vrouw,
die zij de toegewijde noemen. Ik besta
in de nevelen en enkelhoog spriet gras.

Ik stel voor verdriet te volgen. Als we
dat hardop zeggen hoor ik een sleutelbos tikken,
maar wij hebben nog een lange reis te gaan.

Ik weet niet of jij beeft, want ik hoor niets meer.
De traagheid van water naar de woestijn,
geen oogopslag zonder familienaam.

Zonder compas, zonder vergeten,
ver op zee sleurt een sleepboot een hart mee
naar de maan.

Wij irriteren elkaar met ontevredenheid. Jij verwijt mij
depressie, ik zeg dat jij een moedercomplex hebt.
We zijn niet getrouwd, waarschijnlijk tot de dood ons scheidt.

Ik hoop dat jij en ik uitgroeien tot oude vrienden,
vechten doe je alleen in het begin. Tranen
leiden ons als granaatappelpitjes.

Ik zandstraal mijn zonden, hopend op een wonder
En zoals het gaat met diepe wonden… ze zijn
Oorspronkelijk.

29 mei tot en met 21 oktober 2014

Over vogels en veldmuizen

Ik ken jouw naam. Ik zag wel dat jouw ogen blauw zijn. Met het grootste gemak keek ik recht in het licht. Je baard vertoont gaten, maar de 3 dagen stoppels staan je goed. Je kleding flateert je niet en je buikje hangt veilig in je heupen. Je hebt kippenborstjes en je rookt teveel. En ik ben verbaasd te zien dat een glimlach op mijn gezicht verschijnt als ik merk dat het me allemaal niet uitmaakt. Als de hemel naar beneden valt, heb jij je pet nog op en ik draag nog steeds mijn verlate hippiejurk. Je sprak bevlogen over bevlogenheid en ik voel meteen dat jij niet stil kan zitten en altijd maar je vleugels klappert. Niet als Icarus, maar hier op aarde, omdat beweging de hemel op aarde is. Ik weet niets, kan kennelijk ieder verlangen loslaten, maar jouw oogopslag is een avontuur op zich. Een avontuur dat de pagina’s van mijn dagboek snel vult en mij inspiratie geeft om mezelf aan te raken daar waar het lang geleden is.

© Muriel Van Peteghem

Speld in hooiberg

Onherroepelijk. Verlies van onschuld. Lang geleden slingerde een slang zich om een boom naar beneden en gaf Sneeuwwitje een glimmende appel. Een verbinding kwam nooit tot stand. Het enige dat waar is, is onbenoemelijk. En ieder ongesproken woord laat mij hier verloren achter. En wie wat zegt, huilt al lang niet meer. En gaat zijn mond niet spoelen. Met zeep. Nee, in deze wereld hieronder volgen snelle schreden, diepogende blikken en ik me herinner klapperende draken. Het verhaal is dat niemand schuld heeft en dat altijd iemand de schuld krijgt. En zo verliest iedereen. Het is een cyclische beweging tot iemand zijn schouders laat zakken. Tot je een naald kan horen vallen.

© Muriel Van Peteghem