Tagarchief: dier

Hartklepperen

Gezoem in mijn boezem blijkt lastiger dan zingen.
Het is precies zoals jij zei dat het zou zijn:
ik heb een verlegen hart. Niet alleen vanmiddag,
maar in deze eeuwigheid.

Ik weet dat ik zal leren hoe grote jongens rennen
en hoe te huilen met wolvinnen.
Terwijl ik op haar rug zit, zoekt ze haar kinderen.
Amechtig hijgt ze – een heuvel.

Ik draag dit lied op aan Venus en aan de man met de revolver
onder de passagiersstoel. De wolvin kijkt onrustig links
en rechts. Natuurlijk werkt het niet optimaal in een wereld
waarin resultaten gemeten worden.

Tussen haar schouderbladen schokt ze. Maar voor mij
was het anders. De wenteling kwam
toen ik besloot om valsheid in geschrifte te plegen en
blauwe kaas te eten tussen het gebladerte.

Boven water

In dit land.
Ik vergeet hier alles wat ik vind.
Wat ik zoek, bestaat mogelijk niet meer.
Wat ik vind is, niet wat ik zocht.
Maar dat wil niet zeggen dat het er niet is.
Als ik bodemloos zwem.
Zijn walvissen boven water.
Ze stellen geen vragen.
Waarom ik ben.
Ze zingen en dansen, ook als ze geen antwoorden hebben.

The dragon lord

Voel jij dat ik via jou in mijn ziel kijk? Zie jij het ook? Ik ken je niet goed, maar je bent een uitstekend geleider van elektronen. Ik wiebel in spiegeling, dat wel, maar ik zit op een troon. En groet prinsesjes.

Iedere ontmoeting met een ander lijkt  tijdsverspilling. Daar waar de wil weg wil. Opdat ik mij en jij jou kan ontdekken. De telefoon zegt: je hebt geen zicht op de toekomst. Jij weet alleen maar wat nu waar is.

En wat als dat zo is? Wat als niets iets kietelt? Ik doe zo mijn best, maar het lot laat zich aan mij over. Op afstand kijk je met z’n drieën.

Eén man. Drie blikken. Ik zou de draak in mij doden voor jou. Nu al.

~ voor de admiraal

Het beestje terug naar onze lieve heer

Lieveheersbeestje

Micro-organismen begrijpen dat het tijd is. Het beestje landt zacht op het stilstaande water, moe van het onderweg zijn. De groenige eencelligen wiebelen zachtjes mee. “We weten hoe je je voelt”, fluisteren ze. “Jij bent alleen. Samen worden wij één.” Ze zijn vastberaden te geven wat nodig is, op de valreep.”

Het lieveheersbeestje betaalt een muntje en peddelt mee de rivier over. Hij weet net op tijd wat het is om geliefd te zijn en zucht zijn zegeningen.

Vis in vuur en vlam

Ziehier een tropische vis: een Ignis Tropicus Vulgaris. Een prachtig exemplaar. Familie van de Lepomis Gibbosus oftewel de gewone zonnebaars. Een echte alleseter en dol op Artemia-naupliën. Een vreedzame vis, behalve in broedtijd.

Als hij schrikt schiet hij in vuur en vlam. Dan duurt het even voordat hij afgekoeld is. Het lastige van deze vis is: hij is zijn geheugen kwijt. Hij weet zelfs niet meer hoe hij zichzelf kan blussen.