Tagarchief: familiefluisteringen

Mercurius

Een voor een komen ze terug, lussen in tijd en mannen in de ruimte. In de week dat Roger Hanin overleed, huilde ik weer een beetje. Om jou. Parijs zal nooit meer hetzelfde zijn. Niemand die meer weet ‘que tu étais mon Navarro’, gelinkt door het getal dat alles aan elkaar verbindt en dat jij je moeder verloor in hetzelfde gewricht als ik mijn vertrouwen.

Herinneringen zoemen als gonzende stemmen, een klok likt langzaam de tijd en de verwarming smelt. En terwijl Mitterand nog altijd herinnerd wordt met een bibliotheek en een dochter die niet in de boeken stond, is er voor mij verder niets meer. Dan de belofte dat Engelen luisteren. En dat grafrechten betaald worden door iemand. En er een god is die blij is dat zijn naam niet genoemd wordt.

Mercurius

© Muriel Van Peteghem

En ik erfde eindelijk van mijn vader de eigenschappen van Hermes. Veel te laat. Ook deze week. Ik heb er lang op gewacht, zonder te weten. Mijn vader had het gelijk over dieven, maar de vleugels op mijn hoofd klapperden. Voor mij gaat het om behendigheid. En natuurlijk begeleidde hij de tot dan nog dolende zielen. Wat heerlijk om de uitverkorene te zijn die mag reizen tussen 3 werelden. Al ben je nergens veilig als je het vuur steelt.

Is het een schrale troost dat ik met hem kon communiceren? Ja! De eerste in lange tijd die zei dat ik aan hem deed denken. En dat ik lief was, op dat moment nog niet bekend. Lange tijd keek ik in de ontspiegeling. Moeilijk om dan te weten wie je bent. Als de kaarten verkeerd geschud zijn en de nieuwe maan een jeugd op zich laat wachten. De elementaire deeltjes zijn er. Alleen is het nog niet zeker of ik wel genoeg ruimte inneem.

Vaarwel

Tatoeages kunnen niet vereeuwigen
hoeveel ik van u houd
Toch zou het handig zijn met naald en inkt vast te leggen
dat wij zijn getrouwd

Als bewaker van een schat
denk jij dat ik jouw vijand ben
Het is tijd vaarwel te zeggen
voordat ik jou niet meer herken

Toen grootmoeder bijgeschreven werd
in de palm van Gods hand,
verschool ik mij achter een grote zonnebril
om niet te kijken in de ogen van die man

En als u mij nu vraagt
hoe het verder is gegaan
Rest mij enkel te zeggen:
u heeft het goed verstaan

Wilde

In tijden van paard en wagen
langs grassig groen
Een beek stilstaand spiegelbeeld
een man met een hand
een mond en een dikke sigaar
tussen tanden of vingers
met zo’n bril en een hoed
met een buik die overhelt. Een beetje

Hij rookt woorden uit een verre hemel
Mijn adem is zonder zuurstof

De natuur bekommert niet
bij snelle sneeuw
De wind maalt niet om
een beetje kou
in mij
populieren rimpelen mee
en zeggen niet het maakt niet uit
de wildernis heeft ook niet gewild

dat ik er kwam

Wapenschild

Op de dag dat ik van details ben gaan houden,
schalde ik als een kogel door de kerk:
Lettersierschildpad! (Trachemys scripta)

De schoonste plastron is voor zondag
Daarom ploeterde de schildpad zich
op zijn rug, in de doopvont

Afkoelen gaat zo gemakkelijk. nog niet.
Daar lig je in vaders armen. Traag.
boven de beenplaten. Waar plechtig water
spat

gereed om herboren te worden. Dan
drink ik braaf
mijn schoolmelk. En men ontdekt
dat een schild andere doelen dient

De Fonteinman sprak – Amen.
Zo zei hij: het gaat er niet om hoe snel je bent,
maar dat je je doel bereikt

Sint Joris

op het moment van schaapjestellen
en Barbie’s blaasbalgje
slikt de draak de laatste wol

dekens en het vuur
van ongedierte warmen mij
in de vroege nacht

nu heeft hij zin in mens
het schubbig monster wil koningsbloed
de lancering is net op tijd

want bidden tot heiligen en machten
helpt. altijd. hij met zijn zwaard
maakt kopjes kleiner

voor een diepe slaap
besluit ik een regenboog te leggen
van Mars naar Venus

misschien dat papa morgen dan wel
de goede kleur sokken uitkiest

Vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs

 
Op de eerste dag van de week
precies 7 dagen nadat ik Hem voor het laatst zag
gingen zij zeer vroeg en zagen de stilte
opgekruld en koud, nog geen welriekende kruiden/balsem
Berichten komen niet aan, leven lijkt. bevroren
 
Weggerolde steen, niemand begrijpt de derde dag
Hoort gij mijn stem?
Terwijl zij niet wisten wat ervan te denken, leggen wij ons neer
aan weerszijden van zijn aangezicht
In de donkerte vormen wij gedrieën een kaarsje dat brandt
 
Zusters worden niet begrepen als zij zich scharen
Ieder voor zich leert het leven eens te meer  
Vader, vergeef mij, want ik weet niet wat ik doe
met deze twijfel in mijn hart
dicht bij u
In memoriam: Aimé, Pasen, 15 april 2001. Uit de serie Familiefluisteringen.
 
 

Wees gegroet

als alle vragen verwoord worden
weigert een oude vrouw het antwoordapparaat in beide oren
wolkjes in de melk zijn wit als altijd
stotterend, vullen we formulieren in

als de handtekeningen eenmaal gezet zijn
is het verleden verdwenen
uit ether en vizier
besnuffelen we snuisterijen die weer

alle kruisjes die we slaan, weesgegroetjes ten spijt.
ik sta hier al lang
te kijken van de kant naar de middenweg
even lijkt het alsof dakvogels hoger vliegen

lange bomen fluisteren door bladeren heen
de topjes kietelen vaak voeten van engelen
even lijkt het alsof jullie dromen langs suizen
geworteld, worstel niet meer

© Muriel Van Peteghem