Tagarchief: mijmering

Over vogels en veldmuizen

Ik ken jouw naam. Ik zag wel dat jouw ogen blauw zijn. Met het grootste gemak keek ik recht in het licht. Je baard vertoont gaten, maar de 3 dagen stoppels staan je goed. Je kleding flateert je niet en je buikje hangt veilig in je heupen. Je hebt kippenborstjes en je rookt teveel. En ik ben verbaasd te zien dat een glimlach op mijn gezicht verschijnt als ik merk dat het me allemaal niet uitmaakt. Als de hemel naar beneden valt, heb jij je pet nog op en ik draag nog steeds mijn verlate hippiejurk. Je sprak bevlogen over bevlogenheid en ik voel meteen dat jij niet stil kan zitten en altijd maar je vleugels klappert. Niet als Icarus, maar hier op aarde, omdat beweging de hemel op aarde is. Ik weet niets, kan kennelijk ieder verlangen loslaten, maar jouw oogopslag is een avontuur op zich. Een avontuur dat de pagina’s van mijn dagboek snel vult en mij inspiratie geeft om mezelf aan te raken daar waar het lang geleden is.

© Muriel Van Peteghem

Speld in hooiberg

Onherroepelijk. Verlies van onschuld. Lang geleden slingerde een slang zich om een boom naar beneden en gaf Sneeuwwitje een glimmende appel. Een verbinding kwam nooit tot stand. Het enige dat waar is, is onbenoemelijk. En ieder ongesproken woord laat mij hier verloren achter. En wie wat zegt, huilt al lang niet meer. En gaat zijn mond niet spoelen. Met zeep. Nee, in deze wereld hieronder volgen snelle schreden, diepogende blikken en ik me herinner klapperende draken. Het verhaal is dat niemand schuld heeft en dat altijd iemand de schuld krijgt. En zo verliest iedereen. Het is een cyclische beweging tot iemand zijn schouders laat zakken. Tot je een naald kan horen vallen.

© Muriel Van Peteghem

Afschaduwing

Ik ben wars van onopgeloste raadsels, maar als ik er een heb kunnen oplossen, haat ik de oplossing.

Ik ben mijzelf kwijtgeraakt en je kunt je niet voorstellen, hoe erg het is te leven als een soort afschaduwing van jezelf. En het bewustzijn daarvan is misschien nog wel erger.

La douce France: het is fijn in een land te zijn waar niemand je moedertaal spreekt. Het dwingt je een ander mens te zijn dan je voorheen was.

Reims, France: fragment uit een oude agenda 1995/1996

© Muriel Van Peteghem

The dragon lord

Voel jij dat ik via jou in mijn ziel kijk? Zie jij het ook? Ik ken je niet goed, maar je bent een uitstekend geleider van elektronen. Ik wiebel in spiegeling, dat wel, maar ik zit op een troon. En groet prinsesjes.

Iedere ontmoeting met een ander lijkt  tijdsverspilling. Daar waar de wil weg wil. Opdat ik mij en jij jou kan ontdekken. De telefoon zegt: je hebt geen zicht op de toekomst. Jij weet alleen maar wat nu waar is.

En wat als dat zo is? Wat als niets iets kietelt? Ik doe zo mijn best, maar het lot laat zich aan mij over. Op afstand kijk je met z’n drieën.

Eén man. Drie blikken. Ik zou de draak in mij doden voor jou. Nu al.

~ voor de admiraal

Het beestje terug naar onze lieve heer

Lieveheersbeestje

Micro-organismen begrijpen dat het tijd is. Het beestje landt zacht op het stilstaande water, moe van het onderweg zijn. De groenige eencelligen wiebelen zachtjes mee. “We weten hoe je je voelt”, fluisteren ze. “Jij bent alleen. Samen worden wij één.” Ze zijn vastberaden te geven wat nodig is, op de valreep.”

Het lieveheersbeestje betaalt een muntje en peddelt mee de rivier over. Hij weet net op tijd wat het is om geliefd te zijn en zucht zijn zegeningen.